DATABANK REGULERING
   
Home
Databank
regulering
Contact
 
Over SBOV
Onderzoek
Publicaties

Methodologie van databank

De databank bevat gegevens van alle regulerende organisaties waar Vlaamse burgers en bedrijven mee geconfronteerd worden. Met regulering bedoelen we het gebruik van wetten en regels om maatschappelijke actoren (burgers, bedrijven) te sturen. Dit omvat het ontwerpen van concrete normen (vb. veiligheidsnormen), het toepassen ervan door het afleveren van erkenningen en vergunningen (vb. bouwvergunning, toelating om een beroep uit te oefenen), de handhaving van deze normen via inspecties en het opleggen van sancties (vb. boete, intrekken van de vergunning). Een regulerende organisatie is dan elke (publieke en private) instantie die een wettelijke bevoegdheid heeft om ten minste één van deze vier taken uit te oefenen. In de databank staan dus niet alle ministeriële departementen, agentschappen of andere organisaties; enkel deze die een wettelijk omschreven regulerende taak hebben.

Een aantal organisaties werden vervolgens uit de analyse weggelaten. Ten eerste nemen we enkel instanties op die zich op een van de centrale overheidsniveaus (i.e. Vlaams en federaal) bevinden, omwille van internationale vergelijkbaarheid (vb. Laegreid et al., 2003). Lokale overheden zijn momenteel niet opgenomen in de databank. Wanneer bepaalde taken gedaan worden door provinciale commissies die elk precies dezelfde taken en bevoegdheden hebben, dan werden die slechts eenmaal meegeteld.
In de databank kan u organisaties zoeken via de volgende variabelen:

  • Organisatietype: In de database zijn volgende types van organisaties opgenomen:
    • Ministeriële departementen op Vlaams niveau en FOD’s op federaal niveau
    • Agentschappen: dit zijn organisaties die een zekere mate van autonomie hebben tegenover de minister om hun taken uit te oefenen. Op Vlaams niveau zijn dit de IVA’s en EVA’s, op Europees niveau zijn het de ‘agencies’. Voor het federaal niveau gebruikten we een classificatie van Verhoest (2002), waarin o.a. openbare instellingen van categorie A en B van de wet van 1954 als agentschap gedefinieerd worden, net als instellingen van sociale zekerheid, DAB’s, sommige fondsen en overheids-vzw’s.
    • Regulerende commissies: dit zijn collegiale organen die een wettelijke mandaat hebben om een regulerende taak uit te oefenen. Ze hebben vaak geen interne structuur, behalve een administratief secretariaat dat meestal door het ministerieel departement wordt verzorgd. In deze commissies zetelen vaak vertegenwoordigers van belangengroepen, overheden en onafhankelijke experts. Ze kunnen zowel adviserende als beslissingnemende bevoegdheid hebben. De commissies worden enkel meegeteld wanneer in de oprichtingsdocumenten expliciet minstens één van de vier regulerende taken worden vermeld. Algemene adviesraden worden niet meegeteld. Voorbeelden van regulerende commissies zijn de ‘commissie erkenning van de beveiligingsondernemingen’ of de ‘commissie voor de normalisatie van de openbare comptabiliteit’.
    • Private zelfregulerende organisaties: Dit zijn organisaties die volledig privaat beheerd worden maar die wel een wettelijk mandaat hebben om regulerende taken uit te oefenen. We nemen dus eigenlijk enkel de geconditioneerde zelfregulering mee in de analyse. Het gaat vooral om professionele beroepsorganisaties die een wettelijke bevoegdheid hebben om de toegang en uitoefening van het beroep te reguleren (vb. geneesheren, advocaten, accountants).
      
  •  Overheidsniveau: Hier kan u Vlaamse of federale instanties selecteren. Regulerende commissies worden toegewezen aan het overheidsniveau dat het secretariaat van de commissie levert, of aan het overheidsniveau tot wiens portfolio die commissie behoort. Supranationale instanties zijn momenteel niet in de databank opgenomen.
  •  Domein van regulering: Dit omvat drie mogelijkheden:
    • Economische regulering
    • Maatschappelijke of sociale regulering
    • Algemene regulering

  • Reguleringsveld: is een meer gedetailleerde uitsplitsing van de drie domeinen van regulering:
    • Economische regulering bestaat uit vijf velden: reguleren van voorwaarden om een economische activiteit uit te oefenen; algemene competitie; financiële markten; productnormen en kwaliteitsstandaarden; nutssectoren
    • Maatschappelijke regulering bestaat uit zes velden: regulering van arbeidsmarkt en tewerkstelling; sociale bescherming; gezondheid en veiligheid van werknemers; milieubescherming; ruimtelijke planning; consumentenbescherming
    • Algemene regulering bestaat uit vijf velden: regulering van strafrecht, gerecht, politie en inlichtingendiensten; immigratie en naturalisatie; privaat recht; publiek recht en individuele grondrechten; verkeerswetgeving

  • Beleidssector: Wordt gemeten via de United Nations Classification of Functions of Government (COFOG). Deze lijst deelt alle organisaties in volgens tien sectoren, met per sector ook nog subsectoren. Elke organisatie in de database kan actief zijn in meerdere sectoren.

Per organisatie wordt meestal ook een beknopte taakomschrijving gegeven. Deze is meestal afkomstig uit officiële documenten (vb. oprichtingsbesluit), maar soms ook van de website van de organisatie. In enkele gevallen werd de taakbeschrijving overgenomen uit het ‘Instellingenzakboekje 2008’.

Voor de ministeriële departementen werden ook de (onder-)afdelingen opgenomen die regulerende taken hebben. Hiervoor klikt u op ‘selecteer afdelingen’. De taakbeschrijving van het departement staat dan meestal bij de afzonderlijke afdelingen. Voor de andere types organisaties zijn momenteel geen afdelingen opgenomen.


 
Met de steun van de Vlaamse Overheid | Copyright © K.U.Leuven | Reacties op de inhoud: Jan Rommel & Koen Verhoest | Datum laatste wijziging: 13-10-2009 | http://www.steunpuntbov.be