|
![]() |
| Partners | Contact | |||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoeksrapport: Efficiëntie meten in de publieke sector. Methodologieën en toepassingen op lokale besturen (2011)
Inleiding Een meer efficiënte publieke sector is een belangrijke en centrale doelstelling in de context van het New Public Management (NPM), en komt binnen het huidige financieel-economische klimaat nog nadrukkelijker op de agenda te staan, zo ook in Vlaanderen. Terwijl de vraag naar kwalitatieve publieke diensten blijft toenemen, wordt de budgettaire ademruimte van de verschillende overheden in ons land alsmaar kleiner. Meer nog, het is duidelijk dat hun financiële positie in de komende jaren krap zal blijven en dat tegelijkertijd de socio-economische, demografische en ecologische uitdagingen niet zullen afnemen, wel integendeel. Met een vraag naar publieke dienstverlening die sneller groeit dan de beschikbare middelen wordt efficiëntie in de komende jaren dus een cruciale kwestie1 voor onze politici en overheidsmanagers. Ook de lokale besturen in Vlaanderen ontsnappen niet aan de gevolgen van de economische crisis en de teruglopende ontvangsten. In haar beleidsnota Binnenlands Bestuur 2009-2014 (Bourgeois, 2009) geeft de Vlaamse Regering aan dat er de komende jaren geen beleidsruimte is voor belangrijke financiële stimuli, met als gevolg dat de lokale overheden zelf in volle verantwoordelijkheid zullen moeten werken aan hun efficiëntie om met minder middelen een beter bestuur en een betere dienstverlening tot stand te brengen. Lokale overheden worden bovendien nog steeds en te vaak geassocieerd met inefficiëntie en verspilling. Burgers menen soms dat dingen onnodig, dubbel, te traag of in strijd met elkaar gebeuren. Het is dus van groot belang dat autoriteiten een duidelijke en transparante verantwoording afleggen over wat zij doen met de beschikbare financiële (belastings)middelen. Goede prestatiemetingen en het gebruik van "benchmarking‟ kunnen alvast nuttige en waardevolle instrumenten vormen om de performantie van besturen te analyseren en te evalueren. Om de efficiëntie-agenda voor lokale besturen kracht bij te zetten, is vanuit de Vlaamse overheid het project "lokale efficiëntie‟ geïnitieerd dat uitgevoerd wordt onder de koepel van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen (SBOV). Dit project wil op een verkennende en prospectieve wijze in kaart brengen hoe de efficiëntie van lokale Vlaamse overheden (m.n. gemeenten) systematisch gemeten en beoordeeld kan worden. Deze uitkomsten zijn niet enkel nuttig voor de gemeenten zelf, onder meer om hun performantie te kunnen vergelijken in de tijd en met gelijkaardige lokale besturen. Eveneens zijn ze zinvol voor de Vlaamse overheid om zowel algemeen als per beleidsdomein de beleidsprocessen beter af te stemmen op de lokale besturen, het beleid beter te sturen, subsidiëringsbeslissingen te nemen, toezicht te houden, enz. In het voorliggende rapport presenteren we een eerste onderzoeksmodule van het project "lokale efficiëntie‟, waarbij we ons specifiek richten op de wijze waarop de efficiëntie van publieke organisaties (zoals lokale besturen) gemeten en geanalyseerd kan worden. We bestuderen hierbij exploratief de verschillende meetbenaderingen en -technieken voor het beoordelen van de efficiëntie van organisaties. Eveneens formuleren we aandachtspunten en aanbevelingen met betrekking tot de data die door overheidsentiteiten dienen aangeleverd te worden om zulke efficiëntiemetingen mogelijk te maken. Deze studie voert dus zelf geen efficiëntiemeting uit, maar wil een opstap bieden om deze oefeningen in de toekomst mogelijk te maken. We vangen dit rapport aan met een beknopte inleiding tot prestatiemeting. De analyse en evaluatie van de efficiëntie van lokale besturen dient immers deel uit te maken van een breder geheel van prestatiebeoordeling. We geven hierbij eerst en vooral aan dat prestatiemeting geen doel op zichzelf is, maar een instrument om het doel -zoals het verbeteren van de performantie van de dienstverlening en het afleggen van verantwoording aan politici, burgers en cliënten- te bereiken. Vervolgens bieden we een overzicht van de verschillende soorten prestatiemetingen die uitgevoerd kunnen worden, gaande van enkelvoudige maatstaven omtrent werklast, inputs, outputs of effecten tot ratio-indicatoren van efficiëntie en effectiviteit. Het zijn deze laatste types van prestatiemetingen die het grootste inzicht verschaffen in de performantie van het overheidsoptreden. In het tweede hoofdstuk bespreken we kort het belang van beide metingen, waarbij we de moeilijkheden voor een effectiviteitsmeting benadrukken. Na een korte discussie over de specifieke karakteristieken van de publieke sector (in vergelijking met de privésector) en de hieruit voortkomende beperkingen voor prestatiemetingen, gaat het vierde hoofdstuk uitgebreid in op de verschillende methodologieën en technieken die in de literatuur en in de praktijk omtrent efficiëntiemetingen terug te vinden zijn. Hoewel overheden voor het beoordelen van efficiëntie typisch gebruik maken van enkelvoudige ratio-indicatoren om efficiëntiemaatstaven te ontwikkelen, zijn methoden die meerdere inputs en outputs incorporeren meer aangewezen om te efficiëntie van publieke sector organisaties te analyseren. We maken in ons overzicht daarom een onderscheid tussen gedeeltelijke en globale efficiëntiemetingen. Een groot deel van onze aandacht zal hierbij gaan naar grensmethoden voor het meten van de globale efficiëntie van overheidsentiteiten, aangezien dit type van methodologieën algemeen beschouwd wordt als de meest toereikende methode om de efficiëntie te analyseren. Zowel parametrische als niet-parametrische grenstechnieken zullen worden toegelicht en grafisch geïllustreerd. Vervolgens biedt een kort vijfde hoofdstuk een inzicht in het empirisch gebruik van de verschillende meetmethodologieën voor het analyseren van de efficiëntie in lokale besturen, zowel in de literatuur als in de beleidspraktijk. Het laatste hoofdstuk van dit onderzoeksrapport gaat dieper in op de datavereisten voor efficiëntiemetingen. De kwaliteit van de hiervoor gebruikte gegevens is van essentieel belang, aangezien onvolkomenheden in de gegevens en de modellering direct tot uiting komt in de gemeten efficiëntie van organisaties. We bespreken de verschillende types van input- en outputgegevens die idealiter verzameld dienen te worden bij doelmatigheidsanalyses, en we formuleren enkele aandachtspunten omtrent deze datacollectie. Zo benadrukken we het belang van kwalitatieve informatie die, naast de veelal kwantitatieve gegevens, beschikbaar zou moeten komen. Ook de relevantie van informatie over omgevingsfactoren komt aan bod. Tot slot geven we een overzicht van mogelijke gegevensbronnen, en bevelen we aan om de procedures van dataverzameling te voorzien van een audittraject. Samenvatting
2. Efficiëntie- versus effectiviteitsmeting
5. Empirische studies omtrent efficiëntie in lokale besturen
6. Datavereisten voor efficiëntiemetingen
Conclusie
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
|