|
![]() |
| SBOV III | Partners | Contact | ||||||||||||||||||||||||||
|
Onderzoeksrapport: Bestuurskundige evaluatie van het decreet intergemeentelijke samenwerking (2008)
Samenvatting In zijn "Beleidsnota Binnenlands bestuur 2004-2009" stelde de Minister bevoegd voor Binnenlands Bestuur, de heer Marino Keulen, een evaluatie van het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking (DIS) in het vooruitzicht. Met het oog op deze evaluatie werden in 2005 de interlokale, project-, dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen verzocht hun bevindingen inzake het decreet over te maken. Ook de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) werd uitgenodigd om bedenkingen terzake te formuleren. Dit heeft geresulteerd in tal van reacties vanuit de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS-verbanden). De VVSG vatte haar visie samen in een knelpuntennota. Daarnaast kreeg het SBOV de opdracht om een evaluatieonderzoek rond de intergemeentelijke samenwerking (IGS) te voeren. Dit onderzoeksproject behelsde twee luiken, die zijn opgenomen in afzonderlijke deelrapporten. Een eerste deelrapport bevat de juridische component van het onderzoek. Het betreft een analyse van de impact van de wetgeving overheidsopdrachten, het principe van voorafgaande mededinging en de regels inzake staatssteun op IGS en vormen van lokale verzelfstandiging. Een tweede deelrapport omvat het bestuurskundige luik van het onderzoek. Onderhavig rapport is hiervan de weergave. Het gaat om een studie van de concrete beleving van het DIS. Daarbij wordt nagegaan of en waarom de praktijk al dan niet beantwoordt aan de krachtlijnen en voorschriften van het decreet en welke concrete pijnpunten worden aangevoeld. Mede vanuit dit praktijkonderzoek worden beleidsaanbevelingen gedaan. Het zal de lezer niet ontgaan dat er interactie is tussen beide deelrapporten. Zo kunnen de juridische principes ook relevant zijn voor het bestuurskundige luik, in die zin dat zij bijvoorbeeld de mogelijkheden tot wijzigingen begrenzen. Omgekeerd kan het ook zijn dat waar het juridische antwoord neutraal is, bestuurskundige (praktijk)vaststellingen een voorkeur aanreiken. Deze interactie wordt in de rapporten bij herhaling geëxpliciteerd. Beide rapporten zijn dan ook werkelijk deelrapporten; zij maken deel uit van het globale evaluatieonderzoek en worden best samen gelezen. Dit onderzoek en vooral het bestuurskundige luik hield de medewerking in van tal van organisaties en personen. Zij werden betrokken bij het caseonderzoek, de focusgroepen en afzonderlijke interviews. Men kan hun namen terugvinden als bijlage bij het bestuurskundige deelrapport. De onderzoekers danken elk van hen voor hun bereidwillige en enthousiaste participatie en de hieraan bestede tijd. I. Achtergrond - aanleiding II. Methodologie, structuur en uitgangspunten bij aanbevelingen 1. Methodologie III. Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking - krachtlijnen IV. IGS tegenover soortgelijke regelingen: Waals Gewest - Nederland - Frankrijk 1. Waals Gewest V. Invloed wetgeving overheidsopdrachten en principe voorafgaande mededinging 1. Bevoegdheidsoverdracht VI. Zachte sectoren - de IV en PV 1. Totstandkoming - keuze tussen IV en PV
1. Totstandkoming en verlenging VIII. Discussie: krachtlijn inzake versterking democratische controle 1. Vaststellingen en problemen IX. Discussie: krachtlijn inzake zuiverheid van IGS-verbanden X. Discussie: krachtlijn inzake diversificatie - evoluties in regelgevend kader XI. Discussie: igs als kader- of als detaildecreet XII. Samenvattende tabel Bijlage 1: lijst respons bevraging, deelnemers cases en focusgroepen Bijlage 2: leden klankbordgroep |
|||||||||||||||||||||||||||
|
|