|
Onderzoeksrapport: De rechtspositie van Vlaamse gemeenten anno
2010
Het rechtspositiebesluit als middel of doel? (2010)
Auteurs: Peeters Nele, Janvier Ria & Van Dooren Wouter. 102 p.
Project: Centrale aansturing versus
decentrale autonomie in personeelsmateries bij de Vlaamse lokale overheden (2007-2011)
Depotnummer: D/2010/10106/013
Inleiding
Daar waar het vorige onderzoeksrapport zich richtte op een analyse van het rechtspositiebesluit en de Vlaamse gemeentelijke rechtspositieregelingen, bestudeert voorliggende studie mogelijke verklaringen voor het gedrag dat Vlaamse gemeenten vertonen bij het opstellen van een gemeentelijke rechtspositie. Hoewel het rechtspositiebesluit op een aantal elementen vrijheid laat aan de gemeenten om eigen initiatieven te treffen, concludeerden we in een vorige studie dat gemeenten deze vrijheid niet altijd grijpen. De rechtsposities die de gemeenten opstelden, waren zeer gelijkaardig hoewel de verwachting was dat deze – door die verkregen vrijheid - onderling zouden verschillen.
In eerste instantie biedt het onderzoeksrapport een theoretisch overzicht van mogelijke verklaringen voor het gedrag van de Vlaamse gemeenten bij het opstellen van een rechtspositie. Deze worden gezocht binnen de publieke organisatietheorie. In het vervolg staat de empirische verificatie van deze stellingen centraal. Enkele gemeenten werden geselecteerd om deel te nemen aan een diepte-interview. De bedoeling hiervan is dieper ingaan op hoe een rechtspositie tot stand komt in een Vlaamse gemeente, en welke (f)actoren daarop een invloed uitoefenen.
Algemeen kunnen we stellen dat de visie van de gemeentesecretaris, of die persoon verantwoordelijk voor het personeel, bepalend is voor de rechtspositie die tot stand komt. De gedrevenheid en de inzet van deze persoon is bepalend voor de inspanningen die op gemeentelijk vlak worden geleverd om de rechtspositie op punt te stellen. Voorwaarde is wel dat deze persoon voldoende gesteund wordt. Deze steun dient zich op het politieke niveau te bevinden aangezien zij overgaan tot de uiteindelijke goedkeuring van de rechtspositie, en hierin de keuzes dienen te maken. Ook dient de financiële situatie van een gemeente voldoende rooskleurig te zijn wil de gemeente enkele vernieuwende mogelijkheden invoeren om bijvoorbeeld goed presterende personeelsleden te belonen of om zich als aantrekkelijke werkgever te profileren. Ten derde dient ook de toezichthoudende overheid de rechtspositie van de gemeente te ondersteunen. De combinatie van deze drie factoren kan ertoe leiden dat gemeenten wel of geen gebruik zullen maken van de mogelijkheden tot maatwerk.
Inhoudstafel
Managementsamenvatting
1. Inleiding
2. Op zoek naar verklaringen voor organisatorisch gedrag. Een
theoretische insteek.
> 2.1. Inleidin
> 2.2. Organisaties in de publieke sector - een eigen theorie
> 2.3. Instrumentele kijk op het gedrag van publieke organisaties:
bewuste keuzes en intenties
> 2.3.1. Logic of consequence
> 2.3.2. Heterogeniteit in en rondom de organisatie
> 2.3.3. Kritiek op rationele actor modellen
> 2.3.4. Hypotheseontwikkeling
> 2.4. Verklaringen voor het gedrag van publieke organisaties: een
institutionele bril
> 2.4.1. De opmars van het neo-institutionalisme
> 2.4.2. Tradities en culturen
> 2.4.2.1. Belang van de organisatiecultuur
> 2.4.2.2. Padafhankelijkheid
> 2.4.3. Hypotheseontwikkeling
> 2.4.4. Waarden en normen
> 2.4.4.1. Mythische benadering – een beknopte bespreking
> 2.4.4.2. Adoptie en implementatie van mythes
> 2.4.4.3. Institutioneel isomorfisme
> 2.4.4.4. Hypotheseontwikkeling
> 2.5. Implicaties voor het empirisch onderzoek
> 2.5.1. Vlaamse gemeenten als rationele actoren
> 2.5.2. Organisatiecultuur in een Vlaamse gemeente
> 2.5.3. Padafhankelijkheid van de Vlaamse gemeenten
> 2.5.4. Voorkomen van institutioneel isomorfisme
> 2.5.5. Rol van andere actoren
> 2.5.6. Schematische voorstelling van de onderzoeksinvloeden
3. Verkennende, kwalitatieve studie bij enkele Vlaamse gemeenten
> 3.1. Inleiding
> 3.2. Verantwoording van de geselecteerde gemeenten
> 3.2.1. Gemeenten uit kwadrant 1
> 3.2.2. Gemeenten uit kwadrant 2
> 3.2.3. Gemeenten uit kwadrant 3
> 3.2.4. Gemeenten uit kwadrant 4
> 3.3. Ideeën en bedenkingen over het zogenaamde
rechtspositiebesluit
> 3.4. Aanpassing van de gemeentelijke rechtspositie aan het
rechtspositiebesluit - invloed van betrokken actoren
> 3.4.1. Invloed van het administratieve niveau
> 3.4.2. Invloed van het politieke niveau
> 3.4.3. Invloed van en relatie met de toezichthoudende
overheid
> 3.4.4. Positie van vertegenwoordigers van werkgever en
werknemer
> 3.4.4.1. VVSG
> 3.4.4.2. Vakbonden
> 3.4.5. Impact van externe partners
> 3.4.5.1. Samenwerking met andere gemeenten
> 3.4.5.2. Inhuren van consultants
> 3.5. Eigenschappen van de geïnterviewde gemeenten per
kwadrant
> 3.6. Terugkoppeling resultaten naar theorie
> 3.6.1. Vlaamse gemeenten als rationele actoren
> 3.6.2. Organisatiecultuur in een Vlaamse gemeente
> 3.6.3. Padafhankelijkheid van de Vlaamse gemeenten
> 3.6.4. Voorkomen van institutioneel isomorfisme
> 3.6.5. Rol van andere actoren
> 3.6.6. Conclusie
|