|
![]() |
| SBOV III | Partners | Contact | ||||||||||||||||||||||||||
|
Project: eGovernment in een extrabestuurlijke context (2004-2006) UITGEVOERDE ACTIVITEITEN & PLANNING Bij de extrabestuurlijke aspecten van het eGovernment komen de eindgebruikers van eGovernmentapplicaties (burgers, verenigingen, administraties en bedrijven) expliciet aan bod. De focus van het onderzoek ligt niet op organisatorische effecten of gevolgen van informatisering, maar eerder op de effecten ervan op eindgebruikers en de manier waarop zij het geinformatiseerde contact met de overheid ervaren. Er wordt verder een onderscheid gemaakt tussen de informatisering van dienstverleningsapplicaties (eDienstverlening) en de informatisering van participatiekanalen en –momenten (eDemocratie). Gedurende het jaar 2004 kwam de thematiek van de eDemocratie aan bod. Er werd gewerkt aan de hand van een concrete case, te weten ‘Kleurrijk Vlaanderen’, dat als eerste Vlaams eDemocratie-initiatief in een internationale onderzoekscontext omtrent eDemocratie werd geïntroduceerd. Aan de hand van de – nog jonge - internationale literatuur omtrent elektronische democratie, werd een beleidsrapport opgesteld met als expliciete doelstelling het ‘duiden’ van eDemocratie in de Vlaamse context. De voornaamste aandachtspunten hieromtrent zijn de ‘plaats’ van eDemocratie-initiatieven in de context van de (Vlaamse) democratische besluitvorming, de onderliggende vraag in verband met de zinvolheid van participatie-initiatieven, en de meer specifieke vraag omtrent het evalueren van eDemocratie-initiatieven. Gedurende het jaar 2005 werd de thematiek van de eDienstverlening vanuit extrabestuurlijk oogpunt toegelicht. Er werd geopteerd om niet vanuit een algemeen en eerder theoretisch perspectief deze problematiek te benaderen, maar om vanuit een concrete case bestuurskundige uitdagingen van een geinformatiseerde dienstverlening te beschrijven. De keuze voor een case werd gebaseerd op het criterium van een bestaande innovatieve eDienstverleningsapplicatie met duidelijke gevolgen voor de burger als eindgebruiker. De keuze viel dan op de VDAB en haar applicatie van de geinformatiseerde jobmatching. Het onderzoek volgt een dubbel spoor. Enerzijds wordt, aan de hand van diepte-interviews met de top van de organisatie (en daarbuiten) een historische analyse geschets van de informatisering van de dienstverlening van de VDAB, en anderzijds wordt, aan de hand van focusgroepenonderzoek, een gebruikersevaluatie gemaakt van een concrete eDienstverleningstoepassing.
Andere publicaties vindt u in onze publicatiedatabank. Davy Janssen (U. Antwerpen) |
|||||||||||||||||||||||||||
|
|