|
![]() |
| SBOV III | Partners | Contact | ||||||||||||||||||||||||||
|
Spoor 3: Human resource management & veranderingsmanagement
Ondanks alle literatuur over randvoorwaarden en kritische succesfactoren bij veranderingen, stellen we vast dat veel veranderingen binnen de overheid mislukken of blijven steken in de planningsfase. Dit doet vragen rijzen naar de veranderingscapaciteit binnen de overheid, maar ook naar de weerbarstigheid van instituties en de bereidheid van actoren om te veranderen. Het project ‘Hervormingen inzake management en organisatie’ binnen het spoor veranderingsmanagement beschrijft en analyseert nationale en internationale veranderingscases. Deze beschrijving en analyse gebeuren vanuit de fundamentele onderzoeksvraag: “Welke zijn de principes van een succesvol veranderingsmanagement in de overheid in Vlaanderen en internationaal?” Naast het leveren van antwoorden over succesvol veranderingsmanagement heeft het onderzoek de expliciete (operationele) doelstelling om vanuit wetenschappelijk onderzoek het veranderingsvermogen van openbare besturen in Vlaanderen te verhogen. Vanuit de onderzoeksresultaten kan immers de benchmark gebeuren van de Vlaamse veranderingspraktijk ten aanzien van hervormingen in de publieke sector. Tijdens de voorbije decennia kenmerkten de verschillende overheden binnen de OESO landen zich door een waaier van veranderingen. De literatuur is echter pessimistisch over de bereikte resultaten van de veranderingen. Een groot deel van de hervormingen biedt niet de verwachte uitkomst. Veranderen in de publieke sector is geen sinecure. Bovendien eisen veranderingen vaak veel middelen van een organisatie. Deze middelen gaan van financiële inspanningen tot het vragen van extra inspanningen van medewerkers. Een efficiënt en effectief veranderingsmanagement is bijgevolg cruciaal voor overheden in deze tijd van veranderingen. Het aanleveren van inzichten in de principes van een succesvol veranderingsmanagement draagt bij tot het vergroten van de veranderingscapaciteit in de Vlaamse openbare besturen. Deze verhoogde capaciteit leidt ertoe dat veranderingsprocessen effectiever en efficiënter worden beheerd. Op deze manier leveren we een bijdrage voor de overheid in het streven naar een lerende organisatie. Om tot een degelijke beschrijving en analyse te komen van een veranderingscase is het essentieel dat men zowel de context, de inhoud als het proces van de veranderingen bestudeert. Pettigrew schuift bij de studie naar veranderingen het ‘organization transition model’ naar voren. Op basis van dit model ontwikkelden onderzoekers van het project een conceptueel model en een checklist voor de studie van veranderingen (Andriessen, M., Pelgrims, C. & Steen, T. (2003). Aandachtspunten in het veranderingproces. Methodologie om de roep om verandering te beantwoorden. Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement 8(1): 21-28). Het conceptueel model (zie figuur) en de checklist vormen de leidraad van het onderzoek.
De dataverzameling gebeurt via verschillende methoden. De keuze van de werkwijze is afhankelijk van het onderzoek. De volgende methoden en technieken komen frequent aan bod: literatuuronderzoek, documentenanalyse, semi-gestructureerde en open interviews met key stakeholders en kwantitatief onderzoek (analyse van databanken). ONDERZOEK 2001-2002 Het eerste project ‘coördinatie van beleid binnen een veranderende politiek-ambtelijke verhouding’ focuste op het Vlaamse moderniseringsproject Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) en meer concreet op de wijzigingen in de politiek-ambtelijke verhoudingen. Het tweede project ‘Leiderschap vanuit verandering’ focuste op de leiderschapscase ‘La Relève’ uit Canada. Op basis van de ontworpen checklist analyseerden we in dit project de Canadese veranderingsinitiatieven. De gelijkenissen en verschillen tussen het Canadese en het Vlaamse moderniseringsproject werden uitgediept. Vanuit de synergie tussen beide projecten werden aanbevelingen gedaan voor een effectief en efficiënt veranderingsmanagement bij de start van het Vlaamse veranderingsproject. ONDERZOEK 2002-2003 Het derde project focuste op ‘veranderingen inzake HRM’. Hierbij analyseerden we de invoering van prestatiemanagement, competentiemanagement en nieuw beloningsbeleid in het Verenigd Koninkrijk. Vanuit een proces benadering van de internationale case ontwikkelden we in het onderzoek aanbevelingen voor de invoering en implementatie van HR-hervormingen voor het topmanagement in de Vlaamse overheid. Een vierde project betreft het ‘veranderen naar interne markten’ De Vlaamse regering legde door de creatie van managementondersteunende diensten (MOD’s) de basis voor een interne markt en interne concurrentiemechanismen. Door een casestudie in het Verenigd Koninkrijk kwamen we tot aanbevelingen over de invoering en de voorwaarden bij de implementatie van interne markten. Tijdens deze twee onderzoeksprojecten werd bijzondere aandacht geschonken aan de problematiek van participatie, coördinatie en continuïteit van verandering. ONDERZOEK 2003-2004 De onderzoeksprojecten in de periode 2001-2004 focusten zich telkens op één thema. Het onderzoek in de periode 2003-2004 focuste zich op de integrale hervorming van de Belgische federale overheid: de Copernicushervorming. De aandacht ging uit naar het management van veranderingen tijdens deze hervorming. Thematisch concentreerden we ons in het onderzoek op de volgende thema’s: de aanstelling van de nieuwe managers, de invoering van competentiemanagement, de BPR’s als instrument van organisatieverandering, de invoering van de beleidsraad en de afschaffing van de ministeriële kabinetten en tot slot de invoering van de virtuele matrix. Uit de analyse van de Copernicushervorming kon de Vlaamse overheid kennis en ervaring putten die nuttig zijn voor het optimaliseren van de eigen bestuurlijke hervorming. Omdat deze hervorming ingebed is in eenzelfde institutionele context, wordt de kennisoverdracht vergemakkelijkt. ONDERZOEK 2004-2006 In de periode 2004-2006 spitst het onderzoek zich toe op de rol van ‘actoren’ in veranderingsprocessen binnen de overheid. Vanuit een stakeholderbenadering kunnen we besluiten dat veel actoren betrokken zijn bij veranderingsprocessen. Bestuurlijke hervormingen wordt vaak gedefinieerd als een proces gedreven door een elite. Hierin spelen in het bijzonder top politici en topambtenaren een rol. Dit elite model is onvolledig op twee vlakken. In eerste instantie wordt de rol van de vakbond als actor in hervormingen verwaarloosd. In tweede instantie vereist het nuancering voor de actor top politici. Door de sterkte van de politieke partijen (particratie), de verzuiling (de link met belangengroepen), en het systeem van kabinetten wordt de actor ‘politiek’ in België en Vlaanderen een multi-actor. In 2004-2005 besteedden we aandacht aan literatuur- en empirisch onderzoek. In het literatuuronderzoek focusten we ons op de stakeholder theorie. Deze theorie laat toe om vanuit verschillende theoretische modellen de multi-actor theoretisch te benaderen. Het empirisch onderzoek ontsloot de cases Beter Bestuurlijk Beleid (Vlaamse overheid) en Copernicus (federale overheid). In het onderzoek concentreerden we ons op de stakeholder ‘vakbond’ in veranderingsprocessen. Tijdens de periode 2005-2006 zal de politieke actor in de cases Beter Bestuurlijk Beleid en Copernicus aan bod komen. De valorisatie van het onderzoek gebeurt op verschillende manieren.
Andere publicaties kunnen worden opgezocht via de publicatiedatabank. Coördinator: Wetenschappelijk medewerker: Voormalig wetenschappelijk medewerkers Wetenschappelijke ondersteuning:
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
|