SBOV I
SBOV III Partners Contact  
Uw feedback
 
Onderzoek
Publicaties
 
 
 
English

B-project 2005: Gemeentelijke fiscaliteit: aandachtspunten uit het Vlaams regeerakkoord

DOELSTELLINGEN

Het Vlaams Regeerakkoord bevat een belangrijk aantal aanzetten naar een reeks fiscale maatregelen, ter verbetering van het ondernemingsklimaat enerzijds en ter verbetering van de aansluiting op lokale preferenties anderzijds. Het Steunpunt beoogt voor deze voorgestelde maatregelen een degelijk kader op te bouwen waarbinnen de maatregelen ex-ante (maar desgevallend ook a-posteriori) getoetst worden op hun effecten naar zowel de lokale financiën als naar het ondernemingsklimaat.

Onderzoeksluik 1: uitbreiding van de vrijstelling voor materieel en outillage

In het kader van de afspraken binnen de Vlaamse ondernemingsconferentie wordt momenteel de piste onderzocht om de huidige vrijstelling voor materieel en outillage (art. 253, 4° en 5° WIB92) verder uit te breiden. Dit zou mogelijk een volledige vrijstelling van onroerende voorheffing voor alle nieuwe materieel en outillage tot gevolg hebben. Aangezien rechtspersonen reeds een belastingkrediet krijgen voor het gewestelijk aandeel in de onroerende voorheffing, zou een uitbreiding van de vrijstelling voor materieel en outillage budgettair bijna volledig ten laste komen van de gemeenten en provincies.
Het project zal de gevolgen van deze piste voor de begrotingen van de lokale besturen onderzoeken.

Onderzoeksoutput 1= projectie van de potentiële budgettaire kostprijs van de operatie voor de gemeenten in 2006, hierbij rekening houdend met het ondernemend-stimulerend karakter van de maatregel. Verwezen wordt in dit kader naar de kwantificering van potentiële lokale terugverdieneffecten.

Onderzoeksluik 2: studie van de lokale bedrijfsheffingen

Het regeerakkoord voorziet in het afsluiten van een globaal fiscaal pact met de gemeenten en provincies over de afschaffing van een aantal kleinere belastingen die veel rompslomp met zich meebrengen en die moeilijk kunnen verantwoord worden. Uiteraard zal de afschaffing van deze “pestbelastingen” een impact hebben op de inkomsten van de lokale besturen. “Pestbelastingen” beantwoorden aan één of meerdere van de volgende criteria:

  • het betreft heffingen opgelegd aan bedrijven
  • ze genereren een marginale opbrengst
  • ze veroorzaken administratieve rompslomp voor de belastingplichtige
  • ze impliceren een belangrijke administratieve kost voor de organisatie die ze moet inkohieren, innen en de bezwaarschriften moet behandelen
  • het zijn heffingen die resultaatsonafhankelijk zijn
  • de heffingen overlappen niet zelden met heffingen van hogere overheden

Het project zal vertrekken van een clustering van de diverse “pestbelastingen” die voorzien werden op de lijst die ons door de stuurgroepvoorzitter werd geleverd. Deze clustering zal gebeuren op basis van bovenstaande criteria en eventueel nog aanvullende criteria. In tweede instantie zullen voor de diverse groepen van pestbelastingen steekproeven van gemeenten bevraagd worden rond de administratieve last die deze belastingen veroorzaken.
Op basis van deze informatie en op basis van studie van voorgaande onderzoeken rond dit onderwerp zal een kosten-batenstudie uitgevoerd worden rond deze heffingen. Tenslotte zal de potentiële budgettaire impact van het supprimeren van deze belastingen voor de gemeenten becijferd worden.

Onderzoeksoutput 2:

  • indeling van de lijst van ‘pestbelastingen’ die ons werd toegeleverd door de stuurgroepvoorzitter op basis van een reeks relevante criteria
  • synthese van de bevragingen uitgevoerd rond de administratieve druk verbonden aan deze belastingen (= opinies gemeentelijke ontvangers)
  • kosten/batenstudie inzake de pestbelastingen (waarbij de directe baten zijn : het wegvallen van de administratieve kosten voor bedrijven én voor gemeenten; de indirecte baten zullen gemeten worden op basis van een survey bij een aantal belangenorganisaties)
  • projectie van de budgettaire impact van het supprimeren van deze belastingen op basis van historische data

Onderzoeksluik 3: selectiviteit van de onroerende voorheffing

Het Regeerakkoord van de Vlaamse regering voorziet dat aan de lokale besturen de mogelijkheid zal gegeven worden om de gemeentelijke fiscaliteit te differentiëren. Dit zal hen toelaten een beleid te voeren ter versterking van dorps- en stadskernen. Hierbij wordt er onder meer aan gedacht een vorm van selectiviteit in de onroerende voorheffing in te voeren.
Voorliggend B-project beoogt de discussie rond deze selectiviteit te ondersteunen met inzichten uit de literatuur enerzijds en bedenkingen uit het veld anderzijds. In eerste instantie zullen de in het buitenland gehanteerde systemen doorgelicht worden. Aspecten die daarbij bijzondere aandacht verdienen, zijn de criteria van selectiviteit die gehanteerd worden, de praktische organisatie en de administratieve haalbaarheid voor gemeenten en de Vlaamse overheid en een kosten/batenanalyse van deze systemen. In tweede instantie zal een bevraging georganiseerd worden bij de lokale politieke en administratieve verantwoordelijken om een beeld te bekomen van welke gemeenten gewonnen zouden zijn voor de invoering van een multi-tariefsysteem. Dezelfde bevraging zou moeten uitwijzen welke criteria gemeenten aan de dag willen leggen inzake de opdeling van diverse zones waar verschillende tarieven gelden. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de data die gemeenten moeten verzamelen om een dergelijke selectiviteit in te bouwen.

Onderzoeksoutput 3: discussiekader over de wenselijkheid, de criteria op basis waarvan tarieven kunnen gedifferentieerd worden en de administratieve randvoorwaarden.

RELEVANTIE

Het Vlaams Regeerakkoord bevat een belangrijk aantal aanzetten naar een reeks fiscale maatregelen, ter verbetering van het ondernemingsklimaat enerzijds en ter verbetering van de aansluiting op lokale preferenties anderzijds. Het Steunpunt beoogt voor deze voorgestelde maatregelen een degelijk kader op te bouwen waarbinnen de maatregelen ex-ante (maar desgevallend ook a-posteriori) getoetst worden op hun effecten naar zowel de lokale financiën als naar het ondernemingsklimaat.

METHODOLOGIE

Het onderzoek start met desk research, literatuuronderzoek en data-analyse. Voor luik 2 zal een survey opgezet worden bij de Schepenen van Financiën en de Ontvangers van 308 gemeenten. De pilootvragenlijst en de steekproef zullen voorgelegd worden aan leden van de stuurgroep of experten met het oog op het behalen van een zo hoog mogelijke validiteit en een zo goed mogelijke afstemming op de vragen van de opdrachtgever. Om de percepties van bedrijven betreffende de administratieve hinder en de fiscale druk te verzamelen, zullen interviews afgenomen worden met tax controllers van een in samenspraak met VOKA geselecteerde groep van ondernemingen. De prognose van de kosten van de volledige afschaffing van de OOV op materieel en outtilage en de begroting van de budgettaire effecten van de afschaffing van een reeks van lokale bedrijfsheffingen, zullen het resultaat zijn van kwantitatieve analyses op tijdreeksen.

UITGEVOERDE ACTIVITEITEN

De deelstudies 2 en 3 werden uitgevoerd en resulteerden in een reeks van 9 deelpapers die kunnen geraadpleegd worden via de SBOV-site. Voor deelstudie 1 kon, bij gebrek aan geschikte data geen uitspraken gedaan worden over de gestelde onderzoeksvraag.

ENKELE PUBLICATIES

Meer info van onderstaande papers kan worden opgevraagd bij de auteurs.

  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:deel 1. Overzicht en belang van de lokale bedrijfsbelastingen,SBOV-paper.
  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:deel 2. Cijfermatig compendium van de impact en evolutie van 45 potentieel hinderlijke bedrijfsbelastingen,SBOV-paper.
  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:deel 3. Prognose van de budgettaire impact van de afschaffing van de lokale bedrijfsbelastingen, SBOV-paper.
  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:deel 4. Identificatie van de hinderlijke aspecten van lokale bedrijfsbelastingen en verwachtingen omtrent het Fiscaal Pact. Een kwalitatitief explorerend onderzoek bij 11 bedrijven, SBOV-paper.
  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:deel 5. De Schepenen van Financiën aan het woord over de verwachtingen m.b.t. het Fiscaal Pact en de wenselijkheid van de invoering van tariefdifferentiatie voor de OOV,SBOV-paper.
  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:deel 6. Schepenen van financiën aan het woord over de administratieve druk, de billijkheid, de weerstand en de kosten/baten verbonden aan een set van lokale bedrijfsbelastingen, SBOV-paper.
  • SSmolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:deel 7. Ontvangers aan het woord over de administratieve druk, de billijkheid, de weerstand en de kosten/baten verbonden aan een set van lokale bedrijfsbelastingen,SBOV-paper.
  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Studie van de lokale bedrijfsheffingen:synthesenota.
  • Smolders Carine, Goeminne Stijn en Bloemen Loes (2005). Lokale bedrijfsbelastingen: vormen, zin en wenselijkheid. Samenvattende inzichten & beleidsaanbevelingen,SBOV-paper.

ONDERZOEKERS

Coördinator (Hogeschool Gent - HABE):
Carine Smolders

Wetenschappelijk medewerkers:
Stijn Goeminne (Hogeschool Gent - HABE)
Loes Bloemen (Hogeschool Gent - HABE)

Intranet
Met de steun van de Vlaamse Overheid | Copyright © KU Leuven | Reacties op de inhoud: Anita Van Gils | Datum laatste wijziging: 11-01-2012 | http://www.steunpuntbov.be