|
![]() |
| SBOV III | Partners | Contact | ||||||||||||||||||||||||||
|
Interactief beleid van de Vlaamse Overheid: optimalisering van participatie aan verschillende types van interactief beleid (2007-2011)
De Vlaamse overheid heeft een sterk uitgebouwde traditie op vlak van interactief beleid. Via heel wat structuren en procedures kunnen burgers en belangengroepen zich uitspreken over het ontwikkelde beleid of mogen ze actief meedenken over het te ontwikkelen beleid. In de praktijk doet er zich echter een paradoxale situatie voor. Enerzijds stelt men vast dat administraties het belangrijker vinden om (meer) externe input voor of feedback op hun voorstellen te krijgen. Anderzijds worden er ook (nieuwe) noden erkend waarop de bestaande participatiekanalen geen antwoord bieden. Daarbij kan gedacht worden aan het feit dat bepaalde groepen moeilijk of amper bereikt worden, dat de legitimiteit van maatschappelijke vertegenwoordigers in adviesraden in vraag wordt gesteld, dat bestaande inspraakprocedures tijdrovend en/of duur zijn, etc. Dit project wil de noden en problemen van de bestaande participatiekanalen grondig bestuderen en wil vernieuwende participatieprojecten en hun uitdagingen onder de aandacht brengen, zodat kennis en inzichten gedeeld kunnen worden in de Vlaamse overheid. We willen daarbij bijzondere aandacht besteden aan het zinvol en goed opzetten van participatie- en inspraakprojecten. II. FUNDAMENTELE EN TOEGEPASTE VRAAGSTELLING Hoe kunnen we –overtuigd van de meerwaarde van de maatschappelijke dialoog- als overheid zinvolle en efficiënte consultatieprocessen opzetten? Deze basisvraag omvat drie clusters deelvragen:
Centraal in het onderzoek staat de zeer grondige analyse van een aantal concrete inspraak- en participatietrajecten. Daarbij zullen zowel enkele ‘klassieke’, als enkele vernieuwende cases geselecteerd worden. Er wordt daarbij een opdeling gemaakt in een verkennende, een comparatieve en een verdiepende fase. Naast het afleveren van een doctoraat en van relevante descriptieve rapporten, willen we ook een geïllustreerde handleiding uitwerken om tot een goede interactieve aanpak te komen. Voorts zal actief bijgedragen worden aan kennisverspreiding door het organiseren van studiedagen, workshops en het digitaal ter beschikking stellen van inzichten en informatie over interactieve processen uit de Vlaamse praktijk. Fase 1: Inwerken in literatuur en praktijk (1-12) Tijdens het eerste projectjaar werd gestart met het doornemen van de literatuur met betrekking tot interactief beleid en burgerparticipatie. Op basis hiervan werd een begrippenkader uitgewerkt en een kader opgesteld voor de analyse van verschillende aspecten van interactief beleid. In een tweede fase werd een internationale verkenning uitgevoerd naar visie, beleid en praktijken in Nederland, Finland en het Verenigd Koninkrijk (report in Dutch: Interactief beleid van de Vlaamse overheid: optimalisering van participatie aan verschillende types van interactief beleid: een internationale verkenning naar visie, beleid en praktijken). In 2008 werd een verkenning van visie, beleid en praktijk(en) in Vlaanderen opgestart. Op deze manier wilden we een eerste zicht krijgen op de visie en het beleid van de Vlaamse overheid ter zake, alsook een zicht op de concrete praktijken, ervaringen, problemen en mogelijke succesfactoren. Tegelijkertijd met deze verkenning werd een vergelijkende studie van internationaal empirisch onderzoek gemaakt. Deze studie dient als input voor het eigen onderzoeksdesign en conceptueel model voor de case studies (onderzoeksrapport: Interactief beleid van de Vlaamse overheid. Over het design en management van inspraakprocessen) Op 21 oktober 2008 werd een studiedag georganiseerd over de rol van ambtenaren in participatieve/interactieve processen, ‘In bed met de burger.’ Op de studiedag werd een theoretische inleiding voorzien en werden verschillende concrete participatieprocessen toegelicht met speciale aandacht voor de ambtenaar in het proces. De cases gingen zowel in op het Vlaamse als op het lokale niveau. In 2009 werd de verkenning van visie, beleid en praktijk(en) van de Vlaamse overheid op vlak van inspraak en interactief beleid voortgezet (deskresearch, interviews). Dit werkpakket is geëvolueerd tot een rode draad doorheen het project. De verkenning moet, naar het einde van de onderzoekstermijn toe, samen met de andere werkpakketten, een bijdrage leveren aan concrete beleidsaanbevelingen ten aanzien van de centrale onderzoeksvraag: 'Op welke manier kan de Vlaamse overheid zinvolle en efficiënte consultatieprocessen opzetten?' Er werden in 2009 ook inzichten meegenomen uit gerelateerde projecten waar de onderzoeker bij betrokken is, zoals bijvoorbeeld het SBOV B-project 'Het nieuwe strategische adviesstelsel in Vlaanderen' (2009), het project 'Education councils in Europe' 2008-10), het project 'Participatief beleid' (2009-10), etc.. Met het oog op een goed inzicht in de bestuurlijke praktijk werd in 2009 een multiple- case analyse opgestart van Vlaamse inspraakprocessen. Verschillende onderzoeksmethoden worden gehanteerd: documentenanalyse, het bijwonen van participatiemomenten, interviews, bevragen van beleidsmakers en participanten via focusgroepen en vragenlijsten, etc. De cases worden iteratief geanalyseerd, en zullen aanleiding geven tot het verder bijsturen van conceptueel kader en onderzoeksdesign. In een pilootfase werden drie cases geanalyseerd (Onderzoeksrapport: Inspraak organiseren. Een analyse van drie Vlaamse inspraakprocessen). In het najaar van 2009 werd gestart met de intervisiegroep “interactief beleid”. Dit is in eerste instantie een collegagroep, waar practitioners en beleidsverantwoordelijken uit de Vlaamse beleidspraktijk ervaringen en goede praktijken kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. In 2009 werd ook de theoretische en methodologische onderbouw van het onderzoek verder uitgewerkt. Dit resulteerde in academische output, en een doctoraatsvoorstel. Met het oog op een goed inzicht in de bestuurlijke praktijk werd de multiple- case analyse in 2010 voortgezet. In 2010 worden cases geanalyseerd in een comparatief traject (toetsend) op basis van een “most similar” design. In deze cases proberen we zoveel mogelijk te controleren voor contextuele aspecten zoals institutionele omgeving, ambtelijke autonomie, politiek engagement, conflictniveau, etc.. en gaan we na wat de impact is van een laag en een hoogintensief procesmanagement op het draagvlak. In het tweede, verdiepend traject willen we ons inzicht in de manier waarop procesregels en procesmanagement het inspraakproces structureren verder verdiepen. In het najaar van 2010 wordt een eerder theoretisch rapport uitgebracht over het concept draagvlak en de relatie met interactief beleid (rapport Publieksconsultatie als gangmaker voor een meer legitiem beleid), en een rapport over twee participatieve planprocessen (rapport: Draagvlak organiseren of maatschappelijke betrokkenheid valideren. Een analyse van twee participatieve planningsprocessen).
In 2011 werd twee keer bijeengekomen met de intervisiegroep interactief beleid. Net als de voorbije jaren waren verschillende Vlaamse ambtenaren gastheer van de bijeenkomst. In februari werd een netwerkevent ingericht voor procesbegeleiders. In 2011 werden ook twee meerdaagse opleidingen ingericht i.s.m. Wageningen Universiteit, faciliteren van interactieve processen en architectuur van interactieve processen. In het kader van de opleidingen werden handleidingen over faciliteren en procesarchitectuur aangeboden. Op 18 oktober 2011 werd een presentatie gegeven over de bevindingen van het onderzoek op de afsluitende studiedag van SBOV II. In 2011 werd, wat publicaties betreft, in eerste instantie ingezet op internationale publicaties en het afronden van het doctoraat. Daarnaast werden een paper (ECPR Joint Sessions, St Gallen) en verschillende nationale publicaties geschreven en gepubliceerd. Er werd gewerkt aan een boek “Een multidisciplinaire kijk op maatschappelijke participatie” dat in 2012 uitkomt. Er zal in 2012 nog een overzichtsartikel of rapport worden gepubliceerd met de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. KU Leuven, Instituut
voor de Overheid |
|||||||||||||||||||||||||||
|
|