|
![]() |
| SBOV III | Partners | Contact | ||||||||||||||||||||||||||
|
Elektronische nieuwsbrief SBOV II: mei 2009 Abonneren | Uitschrijven | Nieuwsbrief | Archief
1. B-project 2009: Het nieuwe strategische adviesstelsel: een verbeteringsgerichte procesevaluatie Samen met de herstructurering van de Vlaamse administratie onder de noemer Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) besliste de Vlaamse Regering in 2001 dat een herstructurering van het bestaande adviesstelsel moest worden doorgevoerd. Om het advieslandschap te stroomlijnen werd een decreet tot regeling van de strategische adviesraden opgemaakt (decreet van 18 juli 2003). Dat kaderdecreet bepaalt dat, in de mate van het mogelijke, per beleidsdomein één strategische adviesraad wordt opgericht. Daarnaast legt het decreet een aantal algemene principes vast inzake adviesverlening en werking.
2. B-project 2009: Management Ondersteunende Dienstverlening in de Vlaamse overheid (2009) Bestuurszaken bracht samen met het Agentschap Interne Audit van de Vlaamse Administratie de personeelsinzet van de Management Ondersteunende Functies (MOF’s) in kaart. Dit kan het debat inleiden omtrent de vraag hoe de Management Ondersteunende Dienstverlening het best kan georganiseerd worden. Het B-project ‘Management Ondersteunende Dienstverlening in de Vlaamse overheid’ onderzoekt een reeks toekomstpistes voor deze functies. Hierbij zal de vraag aan bod komen met betrekking tot de allocatie, de omvang en het organisatiemodel voor de Management Ondersteunende Functies. Aan de hand van literatuurstudie, deductief onderzoek en case-studies zullen verschillende scenario’s onderzocht worden op hun realiseerbaarheid en hun voor- en nadelen. Uiteindelijk willen de onderzoekers toewerken naar een reeks aanbevelingen met betrekking tot een optimale organisatie van de MOF’s.
3. B-project 2009: Stadsregionale spill-over/centrumfuncties (2009) De stad-rand problematiek is niet enkelvoudig te vatten, ze verschilt van regio tot regio en per beleidsdomein. Een onderdeel van deze problematiek is de verdeling van kosten en baten voor zogenaamde centrumfuncties: functies met een breder bereik dan de grenzen van de gemeenten op wiens grondgebied de centrumfuncties gelokaliseerd zijn. Niet alleen steden, maar ook randgemeenten kunnen infrastructuur herbergen met een breed bereik, zoals bijvoorbeeld de sportinfrastructuur van het Turnhoutse, die grotendeels gevestigd is in de randgemeente Oud-Turnhout. De gewenste output van dit project is driedelig. Eerst en vooral willen we nagaan op welke manier centrumfuncties tot nu toe werden gemeten en of het haalbaar is om voor alle stedelijke gebieden tot een uniform meetinstrument te komen. We willen vervolgens de regionale en thematische verscheidenheid van deze problematiek beschrijven en verklaren. Tot slot brengen we de bestuurlijke oplossingen in kaart om kosten en baten te verevenen.
4. Nieuw rapport: Het bestuurlijk toezicht op de personeelsformaties van de Vlaamse gemeenten. De juridische versoepeling in de praktijk Het tweede onderzoeksrapport van het SBOV-project ‘autonomie in het personeelsbeleid in Vlaamse lokale overheden’ presenteert een studie naar het bestuurlijk toezicht op de personeelsformaties van de Vlaamse gemeenten. De afgelopen vijftien jaar is de regelgeving ter zake gaandeweg versoepeld. In dit onderzoeksrapport bieden we een antwoord op de vraag of deze juridische versoepeling ook in de praktijk effecten teweegbracht.
5. Nieuw rapport: Lagere lasten voor de doelgroep, hogere kosten voor de overheid? Het verband tussen administratieve lasten en beheerskosten Het SBOV- onderzoeksproject 'Administratieve lastenmeting: aanvulling van het Vlaamse meetinstrument' kadert volledig in de discussie rond de reguleringskosten die gegenereerd worden bij bedrijven, burgers en overheden. De doelstelling van het onderzoek is om na te gaan wat de invloed is van een verlaging van de administratieve lasten voor de doelgroep op de beheerskosten voor de overheid. Het is immers mogelijk dat een administratieve lastenverlaging een kostenverhogend effect heeft op de beheerskosten zodat het (initieel positief) effect wordt opgeheven. Het is dus belangrijk om de totale reguleringskost te beschouwen, aangezien deze door de hele samenleving wordt gedragen. In dit rapport formuleren we aanbevelingen inzake een methode die toelaat om zowel op een kwantitatieve als op een kwalitatieve manier inzicht te geven in de oorzaken van beheerskosten van regelgeving.
6. Nieuw boek: Van controleur tot controller. De ontvanger/financieel beheerder in een Public Governance omgeving Het gemeentedecreet en het OCMW-decreet zetten het streven naar een resultaatgericht financieel management opnieuw centraal op de agenda in de Vlaamse gemeenten en OCMW’s. Beide decreten leggen een aantal nieuwe accenten in de functie en rol van de ontvanger. De ontvanger moet onder andere op een onafhankelijke wijze rapporteren aan de raad en het college over de beheerscontrole.
7. Nieuw boek: Burgerparticipatie in Vlaamse steden. Naar een innoverend participatiebeleid In zowat alle Vlaamse steden lopen vandaag initiatieven om de betrokkenheid van de inwoners bij de stad of de wijk te verhogen. Met nieuwe participatiepraktijken pogen de stadsbesturen om de samenhorigheid binnen een snel veranderende stedelijke samenleving te bevorderen. Om de lokale besturen hierbij te ondersteunen, riep minister Keulen een werkgroep Participatie in het leven. Hierin nemen sleutelfiguren uit de stedelijke politiek en ambtenarij zitting, samen met deskundigen uit het werkveld en de Vlaamse overheid. De werkgroep participatie stond onder leiding van prof. dr. Filip De Rynck, met inhoudelijke ondersteuning van Karolien Dezeure (onderzoeker SBOV). Deze werkgroep had als voornaamste doelstellingen de competentie inzake participatief bestuur van lokale besturen te versterken en vervolgens beleidsaanbevelingen hieromtrent te formuleren. De samenkomsten van de werkgroep participatie werden voorbereid door de kerngroep participatie. Deze kerngroep bestaat uit de deskundigen, aangeduid door de Minister, die een bepaalde expertise hebben op het gebied van lokale participatie. De werkgroep werkte 18 maanden lang aan een ruim gedragen visie op participatie en aan een inspirerend beleidskader voor lokale bestuurders en burgers. Op 31 maart 2009 werd het boek ‘Burgerparticipatie in Vlaamse steden. Naar een innoverend participatiebeleid’ aan het ruime publiek voorgesteld. Het bevat ook 50 relevante aanbevelingen voor een lokaal participatiebeleid en geeft aan hoe de Vlaamse overheid een meer participatief bestuur in de steden kan aanmoedigen en ondersteunen.
8. Resultaten studiedag 7 mei 2009: BBB en deugdelijk bestuur binnen de Vlaamse overheid Met deze studiedag wilde het Instituut voor de Overheid een tussentijdse stand van zaken opmaken van de BBB-hervorming, die de Vlaamse overheid transparanter en slagvaardiger moest maken.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
|