| |
 |
Algemene info
Deugdelijk bestuur of ‘good governance’ in de publieke sector
- ook wel government governance - genoemd, wint aan belang bij bestuurders,
managers, raden van bestuur en ministers. Om dat deugdelijk bestuur te
bereiken, wordt er vaak verwezen naar ‘corporate governance’
uit de private sector. De vertaalslag van de ‘corporate governance’
principes en instrumenten naar een publieke sector met een verschillende
structuur en andere doelen, is geen eenvoudige opdracht.
Om de verschillende governance principes formeel te valideren naar regels
of normen zijn codes of charters nodig. Het creëren van zulke instrumenten
zorgt voor zekerheid en legitimatie van de intenties bij de bestuurders
en de belanghebbenden. De vraag is echter in welke mate codes ontwikkeld
kunnen worden voor een ingewikkeld orgaan als de publieke sector. In de
private sector zien we dat één code kan volstaan om de lading
te dekken (vb. code lippens voor beursgenoteerde bedrijven). Het is echter
de vraag of een toepassing van ‘single code’ principe mogelijk
is in de publieke sector, door de diversiteit die er heerst. Is een veelheid
van governance codes voor elke deeleenheid eerder aangewezen? Dit kan
op zijn beurt echter voor verwarring zorgen en een opstapeling van codes
veroorzaken. Nauw samenhangend met de keuze van implementatie-instrument
is de vraag hoe dwingend en uniform de opgelegde governance modellen en
structuren dienen te zijn.
Horrigan (2003) maakt in dit kader het onderscheid tussen een ‘prescriptief-regel
gebaseerde’ implementatie en een ‘flexibele principe gebaseerde’
implementatie (Horrigan (2003. The Governance Perspective. Presentation
at Session 2: 'Cross-Disciplinary Perspectives and Key Corporate Governance
Challenges in the Public Sector' at the Corporate Governance ARC Project
Conference September 2003). In hoeverre laat men uitzonderingen toe en
hoe sterk moeten uitzonderingen gemotiveerd worden (‘comply or explain’)?
Arjoon (2006) verwijst naar een derde mogelijkheid waarbij de dwingendheid
van governance modellen rechtevenredig samenhangt met het strategisch
belang en risico van een bepaalde overheidsorganisatie (Arjoon, S. (2006).
Striking a balance between rules and principles-based Approaches for effective
governance: A Risks-based Approach. Journal of Business Ethics, 68, 53-82).
We kunnen ons ook de vraag stellen wat de effectiviteit is van een wetmatige
code in een omgeving waar informele machtstructuren een prominente rol
blijven spelen.
In Belgie en Vlaanderen zijn er in de publieke sector nog geen concrete
government governance codes aangemaakt. Het debat is echter wel op gang
gebracht door verschillende academische instellingen (public management
institute, Belgian governance institute) en ook de Vlaamse overheid zelf.
IAVA creëerde met zijn leidraad interne controle-organisatiebeheersing
een eerste instrument in Vlaanderen, dat verduidelijking wenst te brengen
in een onderdeel van het governance debat namelijk de praktijk van interne
audit. In het buitenland is de discussie verder gevorderd en zijn er toch
reeds talrijke codes gepubliceerd. Deze website-databank levert een overzicht
van de bestaande (buitenlandse) government governance codes. Deze databank
bevat geen specifieke gedragscodes, maar legt de focus op codes of richtlijnen
die een bijdrage leveren aan het complete bestuur van een overheidsorganisatie.
|